ECLI:NL:CRVB:2023:1381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming minister
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Kort na indiening trok appellant het hoger beroep in, nadat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had toegezegd tegemoet te komen aan de bezwaren door de terugbetalingstermijnen over 2021 op nul euro vast te stellen.
De Raad stelde vast dat de intrekking van het hoger beroep plaatsvond vanwege deze tegemoetkoming van het bestuursorgaan. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in een dergelijk geval het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten.
De minister had geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten. De Raad bepaalde de proceskosten op in totaal € 2.511,-, bestaande uit kosten in eerste aanleg en in hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door rechter D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 20 juni 2023.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 2.511,- aan proceskosten aan appellant.