ECLI:NL:CRVB:2023:1392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door minister
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Vervolgens trok de minister het hoger beroep in, waarmee zij geheel aan betrokkene tegemoetkwam. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen de minister.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de minister het hoger beroep had ingetrokken en dat daarmee aan betrokkene was tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan in dat geval worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad veroordeelde de minister daarom in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 837,-. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2023.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.