ECLI:NL:CRVB:2023:1412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering bij 100% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig juridisch adviseur, meldde zich op 25 januari 2016 ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar op 12 april 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 5 december 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Gelderland, die het beroep ongegrond verklaarde omdat de verzekeringsartsen hun oordeel overtuigend hadden gemotiveerd en appellante geen tegenbewijs had geleverd.
In hoger beroep voerde appellante diverse gronden aan, waaronder omstandigheden rondom haar werkgever en privéleven, maar deze hadden geen betrekking op het bestreden besluit zelf. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden het oordeel over de toekenning van de uitkering niet beïnvloeden en bevestigde daarom de eerdere uitspraak.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier D. Schaap, op 20 juli 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering met 100% arbeidsongeschiktheid en verklaart het beroep ongegrond.