ECLI:NL:CRVB:2023:1437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering urenbeperking
Appellant was sinds 2016 ziekgemeld met psychische klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die in 2019 werd beëindigd door het UWV op basis van een arbeidsdeskundig en verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Appellant stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en verzocht om een IVA-uitkering. Diverse psychiatrische deskundigen onderzochten appellant, waarbij sprake was van symptoomaggravatie en een nagebootste stoornis, waardoor de diagnose depressieve stoornis met psychotische kenmerken niet kon worden bevestigd. De deskundige adviseerde een re-integratietraject met een urenbeperking op medische gronden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het oordeel dat appellant op 28 januari 2019 in staat was om te werken. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank de bevindingen van de deskundige verkeerd had geïnterpreteerd en dat nader onderzoek nodig was naar de aard van de psychiatrische problematiek en de urenbeperking. De Raad liet zich nader adviseren door de deskundige, die bevestigde dat het voorgestelde traject een medisch behandeltraject is met een urenbeperking op medische gronden.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, met name ten aanzien van de urenbeperking en het re-integratietraject, en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.