Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:144

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
24 januari 2023
Zaaknummer
22/2648 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden alsnog binnen een gestelde termijn in te dienen. Ondanks uitstelverzoeken en herinneringen werd de termijn niet nageleefd. De gronden werden pas na de uiterste termijn ontvangen, zonder dat er sprake was van een geldige verontschuldiging.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat verdere inhoudelijke behandeling achterwege kan blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier M.C.G. van Dijk, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2023.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 januari 2023
22/2648 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 juli 2022, 21/4530 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Zutphen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S. Usanmaz, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 7 september 2022 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Bij brief van 22 september 2022 heeft de gemachtigde van appellant uitstel gevraagd voor het indienen van de gronden. Bij brief van 26 september 2022 heeft de Raad uitstel verleend tot en met 2 november 2022.
De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 7 november 2022 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gronden zijn op 6 december 2022 via de digitale postkamer ontvangen. Dit is buiten de gestelde termijn.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van M.C.G. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2023.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) M.C.G. van Dijk
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.