ECLI:NL:CRVB:2023:144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden alsnog binnen een gestelde termijn in te dienen. Ondanks uitstelverzoeken en herinneringen werd de termijn niet nageleefd. De gronden werden pas na de uiterste termijn ontvangen, zonder dat er sprake was van een geldige verontschuldiging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat verdere inhoudelijke behandeling achterwege kan blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier M.C.G. van Dijk, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2023.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende beroepsgronden.