Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
SamenvattingHet gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht appellante per 22 juni 2020 geen WIA-uitkering heeft toegekend, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
WIA-uitkering heeft toegekend.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens gezondheidsklachten. Het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege een motiveringsgebrek in het medisch onderzoek, maar stelde dat dit was hersteld na aanvullend onderzoek.
In hoger beroep betwist appellante de objectiviteit van het medisch onderzoek en vraagt zij om een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelt dat de gronden herhaling zijn van eerdere bezwaren en dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft waarom appellante niet voldoet aan de criteria voor een WIA-uitkering of urenbeperking.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.