Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een terugvordering van persoonsgebonden budget (pgb) over 2016. Na een brief van het zorgkantoor waarin werd aangegeven dat de terugvordering niet langer standhoudt, heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het zorgkantoor veroordeeld in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De kosten zijn begroot op in totaal €4.123,50, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht van €174,-. Hiermee is aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen en is het zorgkantoor financieel belast met de proceskosten.