ECLI:NL:CRVB:2023:1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit beroep vervolgens ingetrokken nadat het Dagelijks Bestuur op 16 december 2022 was teruggekomen op een eerder opgelegde boete. Hierdoor is appellante gedeeltelijk tegemoetgekomen, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het Dagelijks Bestuur heeft geen verweer gevoerd tegen de gevraagde proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht.
De kosten zijn begroot op €1.194,- voor bezwaar, €837,- voor beroep en €837,- voor hoger beroep, plus een griffierechtvergoeding van €186,-. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten en de uitspraak is gedaan door J.J. Janssen op 25 juli 2023.
Uitkomst: Het Dagelijks Bestuur is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante na intrekking van het hoger beroep.