ECLI:NL:CRVB:2023:1464

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
2 augustus 2023
Zaaknummer
21/3559 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetWerkloosheidswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij oplegging WW-aanvraagverplichting

Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en was ontheven van arbeidsverplichtingen van 1 juli 2017 tot 28 maart 2021. Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest Fryslân legde haar op 22 april 2020 de verplichting op om een WW-uitkering aan te vragen wegens verlies van arbeidsuren. Appellante tekende bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten en vroeg een WW-uitkering aan, die werd toegekend door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

In de procedure bij de Centrale Raad van Beroep stelde appellante dat het college geen verplichting tot aanvraag van een WW-uitkering mocht opleggen aan bijstandsgerechtigden die ondanks ontheffing van arbeidsverplichtingen werken en arbeidsuren verliezen. De Raad overwoog dat een algemeen of principieel belang onvoldoende is voor procesbelang. Omdat appellante inmiddels aan de verplichting had voldaan en de WW-uitkering was toegekend, had het hoger beroep geen feitelijke betekenis meer.

Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. De opgelegde besluiten blijven in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat appellante de WW-uitkering heeft aangevraagd en toegekend gekregen.

Uitspraak

21.3559 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 26 augustus 2021, 20/3159 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Súdwest Fryslân te Bolsward (college)
Datum uitspraak: 18 juli 2023
Zitting heeft: C.E.M. Marsé
Griffier: C.G. van Straalen
Ter zitting heeft appellante zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde W. de Boer. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van der Heide.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet (PW), waarbij zij was ontheven van de arbeidsverplichtingen van 1 juli 2017 tot 28 maart 2021. Met een besluit van 22 april 2020 heeft het college appellante de verplichting opgelegd om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) aan te vragen voor het verlies van arbeidsuren. Appellante heeft tegen de besluiten van het college bezwaar en beroep aangetekend. Ook heeft zij een WW-uitkering aangevraagd. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen heeft appellante een WW-uitkering toegekend. Inmiddels is appellante uit de bijstand.
Procesbelang
Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak [1] bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of (hoger) beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben.
Vast staat dat appellante heeft voldaan aan de opgelegde verplichting om een WW-uitkering aan te vragen, dat de WW-uitkering is toegekend en dat aan haar onverminderd (aanvullende) bijstand is verleend over de periode waar het in deze zaak om gaat.
In hetgeen de gemachtigde van appellante ter zitting naar voren heeft gebracht, is tot uitdrukking gekomen dat voor appellante in deze procedure het principe van belang is. Het gaat om het principe dat een college geen verplichting om een WW-uitkering aan te vragen zou mogen opleggen aan bijstandsgerechtigden die, ondanks een ontheffing van de arbeidsverplichtingen, werken en door omstandigheden arbeidsuren verliezen. Het hebben van een algemeen of een louter formeel of principieel belang is echter onvoldoende voor het aannemen van procesbelang in de hiervoor bedoelde zin.
Het resultaat van dit hoger beroep heeft voor appellante geen feitelijke betekenis meer. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de Raad niet toekomt aan een beoordeling van de beroepsgronden tegen de besluiten van het college en dat deze blijven bestaan.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.G. van Straalen (getekend) C.E.M. Marsé

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264.