Appellant, werkzaam als kapitein binnen een militaire organisatie, verzocht om herwaardering van zijn functiebeschrijving wegens vermeende uitbreiding van taken en verantwoordelijkheden. Na een functie-interview en overleg werd een gewijzigde functiebeschrijving vastgesteld, waarin beperkte leidinggevende taken waren opgenomen. De staatssecretaris wees een hogere rang toegekend aan de functie af, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de leidinggevende taken van appellant beperkt en niet als hoofdtaak kunnen worden aangemerkt. De functiebeschrijving is een organiek systeem waarbij het bestuursorgaan beleidsvrijheid heeft, en de rechterlijke toetsing is terughoudend. De Raad concludeert dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom de leidinggevende taken niet tot een hogere rang leiden.
Daarnaast heeft appellant een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad stelt vast dat de totale procedure vier jaar en acht maanden heeft geduurd, wat acht maanden langer is dan de redelijke termijn. De overschrijding wordt verdeeld over de bestuurlijke en rechterlijke fase, waarna een schadevergoeding van in totaal €1.000,- wordt toegekend, verdeeld tussen de staatssecretaris en de Staat. Ook worden proceskosten toegekend.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en veroordeelt zowel de staatssecretaris als de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan appellant.