Eiser betwist de functiewaardering en inschaling van zijn functie als adviseur naleving bij de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, omdat de aan hem opgedragen taak als hoofdofficier van dienst (HOVD) niet in de functiebeschrijving en waardering is meegenomen.
De rechtbank overweegt dat het dagelijks bestuur de functiewaardering zorgvuldig heeft gemotiveerd en dat de HOVD-taak een relatief kleine taak betreft die niet bepalend is voor het functieniveau. Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom deze taak een hogere waardering rechtvaardigt.
De rechterlijke toetsing is terughoudend en beperkt zich tot de vraag of de waardering op voldoende gronden berust. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet onhoudbaar is en verklaart het beroep ongegrond.
Eiser kan niet bereiken dat de functiewaardering met terugwerkende kracht tot 2016 wordt aangepast. Ook wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 20 september 2024.