ECLI:NL:CRVB:2023:1511

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
3 augustus 2023
Zaaknummer
20 / 3794 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep door bestuursorgaan

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Namens betrokkene werd een verweerschrift ingediend. Op 1 november 2022 trok het college het hoger beroep in. Betrokkene verzocht vervolgens om veroordeling van het college in de proceskosten. Het college diende geen verweerschrift in tegen dit verzoek.

Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan, bij intrekking van het hoger beroep, op verzoek van een partij worden veroordeeld in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college veroordeeld dient te worden in de kosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het hoger beroep. De kosten zijn vastgesteld op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 augustus 2023. Het college werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan betrokkene.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Helmond is veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 2 augustus 2023
20/3794 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 30 september 2020, 19/1287 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond (college)
De erven van [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene heeft mr. K. Wevers een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 1 november 2022 heeft het college het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Wevers verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt het college veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verweerschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2023.
(getekend)D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen