ECLI:NL:CRVB:2023:1512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten CBR-onderzoek drugsgebruik wegens niet-noodzakelijkheid
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een door het CBR opgelegd onderzoek naar drugsgebruik en de bijbehorende oplegkosten, nadat appellant was aangehouden wegens rijden onder invloed van drugs. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle wees de aanvraag af omdat het hebben van een rijbewijs niet als noodzakelijk werd beschouwd voor bijzondere bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren, mede omdat niet was gebleken dat zij geen gebruik konden maken van openbaar vervoer. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat appellant vanwege een beengebrek moeilijk met het openbaar vervoer kan reizen en vervoer noodzakelijk is voor zijn werk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het behoud van het rijbewijs noodzakelijk was. De enkele stelling dat openbaar vervoer moeilijk is en dat appellant vervoer voor werk nodig heeft, volstaat niet. Daarom bevestigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en blijft de afwijzing van de bijzondere bijstand in stand.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van het CBR-onderzoek en oplegkosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak.