Appellanten ontvingen vanaf 26 juli 2016 een AIO-aanvulling, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) trok deze in vanwege het bezit van een woning in Turkije die niet was gemeld. De waarde van de woning werd getaxeerd op €23.734,-, wat het vermogen boven de vermogensgrens bracht. Appellanten stelden dat de waarde lager was en dat schulden in aanmerking genomen moesten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de intrekking. De Raad oordeelt dat het recht op AIO-aanvulling vanaf 26 juli 2016 wel schattenderwijs kan worden vastgesteld, maar dat het vermogen van appellanten, ook rekening houdend met de schulden, de vermogensgrens overschreed. De Raad stelt dat schulden die bestonden op het moment van aanvang van de bijstand in aanmerking moeten worden genomen, maar alleen een schuld van €1.178,- uit 2014 was aannemelijk.
De Raad bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling en wijst op een motiveringsgebrek in het bestreden besluit dat echter niet leidt tot vernietiging omdat appellanten niet benadeeld zijn. Daarnaast krijgt appellanten een vergoeding van €4.542,- voor proceskosten en een griffierechtvergoeding van €185,-.