ECLI:NL:CRVB:2023:1583
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding tandheelkundige behandeling onderkaak op grond van Wuv bevestigd
Appellant, een vervolgingsslachtoffer en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van kosten voor een tandheelkundige behandeling aan de onderkaak. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, wees dit verzoek af omdat de klachten aan de onderkaak niet in verband kunnen worden gebracht met de vervolging, mede gelet op eerdere medische adviezen en besluiten.
Appellant had al in 2005 een soortgelijke aanvraag gedaan die werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. Medisch advies concludeerde toen dat de klachten multicausaal waren, met factoren als leeftijd, roken en aanleg. De Raad verklaarde het beroep tegen dat besluit ongegrond. In 2022 diende appellant opnieuw een aanvraag in, die eveneens werd afgewezen en gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat verweerder bevoegd is het eerdere standpunt te herzien indien nieuwe feiten of gegevens dit rechtvaardigen. Medisch advies van een tandheelkundig adviseur bevestigt dat de parodontale klachten aan de onderkaak niet het gevolg zijn van het tijdens de vervolging opgelopen trauma, maar andere oorzaken hebben. Appellant heeft geen nieuwe medische gegevens overgelegd die dit oordeel zouden kunnen wijzigen.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en blijft de afwijzing van de vergoeding in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding voor tandheelkundige behandeling aan de onderkaak blijft in stand.