ECLI:NL:CRVB:2023:1626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening Ziektewetbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen van het besluit van 4 februari 2009 waarbij haar Ziektewetuitkering werd beëindigd. Dit verzoek werd afgewezen omdat het UWV oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de medische rapporten geen nieuwe feiten bevatten en dat de klachten reeds in 2009 bekend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rapporten van registerpsycholoog Van Rijn nieuwe diagnoses bevatten, zoals PTSS en borderline persoonlijkheidsstoornis, die haar situatie destijds ernstig onderschatten. Zij overhandigde tevens aanvullende medische gegevens van Altrecht. Het UWV handhaafde haar standpunt met een aanvullend verzekeringsartsrapport.
De Raad oordeelde dat een andere interpretatie van reeds bekende medische feiten geen nieuwe feiten of omstandigheden vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het verzoek tot herziening terecht werd afgewezen en dat het besluit niet evident onredelijk was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening van het Ziektewetbesluit bevestigd.