ECLI:NL:CRVB:2023:1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget wegens medische reisbaarheid met begeleiding
Appellante, geboren in 1943, ervaart mobiliteitsbeperkingen en beschikt over een Valys-pas met een laag persoonlijk kilometerbudget. Zij vroeg op 15 juli 2020 een hoog persoonlijk kilometerbudget aan, maar de FMMU wees dit af omdat zij medisch gezien met begeleiding en een hulpmiddel met de trein kan reizen.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat praktische bezwaren niet leiden tot een medische ongeschiktheid om met de trein te reizen. Appellante en haar zoon konden dit niet onderbouwen met objectieve medische gegevens. De rechtbank achtte het medische onderzoek van de FMMU zorgvuldig.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder de moeilijkheid van het afwisselend reizen met trein en taxi en het niet lang kunnen zitten in een rolstoel. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat appellante medisch in staat is met begeleiding en hulpmiddel de trein te gebruiken.
De wens om haar gehandicapte pleegzoon te bezoeken rechtvaardigt geen afwijking van het beoordelingskader. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget wordt afgewezen omdat appellante medisch in staat is met begeleiding en hulpmiddel met de trein te reizen.