ECLI:NL:CRVB:2023:1653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing re-integratieverzoek en ontslag wegens ziekte en ongeschiktheid
Appellant, werkzaam bij defensie, meldde zich in november 2019 ziek vanwege lichamelijke klachten. Ondanks enkele pogingen tot re-integratie en adviezen van de bedrijfsarts om aangepast werk te verrichten, kon appellant niet terugkeren in zijn eigen functie. De commandant wees het verzoek tot re-integratie af en verleende later ontslag wegens ongeschiktheid op grond van artikel 121, eerste lid, onder f van het BARD.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het afwijzingsbesluit ongegrond, omdat onvoldoende medische gegevens waren aangeleverd die het standpunt van de bedrijfsarts en commandant konden weerleggen. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden aan de orde, zonder nieuwe medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep niet slaagt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant medisch niet in staat is om zijn eigen functie te hervatten, mede gebaseerd op een arbeidsdeskundig rapport dat fysieke beperkingen bevestigt. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van re-integratie en ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.