ECLI:NL:CRVB:2023:1668

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 augustus 2023
Publicatiedatum
30 augustus 2023
Zaaknummer
21/ 3428 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door zorgkantoor

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het zorgkantoor hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Vervolgens heeft het zorgkantoor het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht om het zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten die zijn gemaakt vanwege de behandeling van het hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek van betrokkene toegewezen en het zorgkantoor veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De proceskosten zijn vastgesteld op €1.674,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij één punt werd toegekend voor het indienen van het verweerschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting.

Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten vanwege de toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en is op 30 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het zorgkantoor wordt veroordeeld tot betaling van €1.674,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 augustus 2023
21/3428 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 juli 2021, 20/4262 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor)
[betrokkene 1] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Namens het zorgkantoor heeft mr. B. Megens, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene heeft mr. M.O. Thijssen, advocaat, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 23 januari 2023 heeft het zorgkantoor het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Thijsen de Raad verzocht het zorgkantoor in de proceskosten te veroordelen.
Het zorgkantoor heeft schriftelijk gereageerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aanleiding bestaat het zorgkantoor te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het verweerschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het zorgkantoor in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.674,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2023.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen