ECLI:NL:CRVB:2023:1674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Tijdens de procedure is het onderzoek ter zitting geschorst. Vervolgens kwam het UWV bij brief van 12 december 2022 volledig tegemoet aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte hiertegen geen bezwaar. De Raad besloot het nader onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskostenvergoeding werd begroot op €4.542,-, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van deze proceskostenvergoeding aan appellante. Voor griffierechten kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan op 30 augustus 2023 door F.M. Rijnbeek.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.542,- aan proceskosten aan appellante.