ECLI:NL:CRVB:2023:1679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen appellante
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van een vermeende licht verstandelijke beperking en het ontbreken van arbeidsvermogen. Het UWV heeft na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat appellante weliswaar tijdelijk geen arbeidsvermogen heeft, maar dat deze situatie niet duurzaam is. In bezwaar en beroep hebben deskundigen bevestigd dat appellante over arbeidsvermogen beschikt.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en het standpunt van het UWV onderschreven. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte had geconcludeerd dat het niet nakomen van afspraken niet voortkomt uit haar medische beperkingen. Zij stelde dat haar verstandelijke beperking haar basale werknemersvaardigheden ontneemt.
De Raad heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig, inzichtelijk en navolgbaar is. De conclusies dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikt en arbeidsvermogen heeft, zijn voldoende gemotiveerd en niet weerlegd met nieuwe medische gegevens. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de weigering van de Wajong-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante over arbeidsvermogen beschikt.