ECLI:NL:CRVB:2023:168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.S. de Vries
- A. Dutrieux
- L.Z. Achouak El Idrissi
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat brief van 7 mei 2020 melding is en geen aanvraag Wmo 2015
Appellant diende op 7 mei 2020 een brief in bij Rogplus waarin hij stelde een aanvraag te doen voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Rogplus kwalificeerde deze brief als een melding en niet als een aanvraag. Appellant stelde Rogplus vervolgens in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en vorderde een dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de brief terecht als melding was aangemerkt, waardoor de ingebrekestelling onterecht was en geen dwangsom verschuldigd was. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens de systematiek van de Wmo 2015 eerst een melding wordt gedaan, waarna het college een onderzoek verricht. Pas na afronding van dit onderzoek kan een aanvraag worden ingediend. Uit de ontvangstbevestiging blijkt dat de brief van 7 mei 2020 als melding is opgevat. Appellant heeft niet tijdig bezwaar gemaakt tegen deze kwalificatie en de eerdere uitspraak waarnaar appellant verwees betrof een andere brief en niet deze.
Daarom is geen sprake van een aanvraag en is Rogplus geen dwangsom verschuldigd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief van 7 mei 2020 een melding is en geen aanvraag, waardoor geen dwangsom verschuldigd is.