ECLI:NL:CRVB:2023:1680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar door het UWV op 2 februari 2023, waarin volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen, heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellant tot proceskostenvergoeding behandeld. De Raad oordeelde dat het UWV, dat reeds kosten in de bezwaarfase had vergoed, ook de proceskosten in beroep en hoger beroep moest vergoeden.
De proceskosten voor de rechtsbijstand in zowel beroep als hoger beroep zijn vastgesteld op €1.674,- per fase, plus reiskosten van €26,-. In totaal is het UWV veroordeeld tot vergoeding van €3.374,- aan appellant. Het griffierecht dient appellant rechtstreeks bij het UWV te verhalen.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van €3.374,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.