Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2011 bijstand en kreeg in 2021 een heronderzoek waarbij een huisbezoek werd aangekondigd om haar woonsituatie te verifiëren. Tijdens het gesprek op 29 juni 2021 weigerde zij tweemaal toestemming voor het huisbezoek en verliet plotseling de spreekkamer. De medewerkers van de gemeente hebben daarop een hersteltermijn van twee uur geboden, maar appellante werkte niet mee.
Het college trok daarop haar bijstand in, wat tot bezwaar en beroep leidde. De rechtbank vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek, maar handhaafde de intrekking van de bijstand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze rechtsgevolgen en stelde dat haar weigering het gevolg was van psychische overmacht en dat de hersteltermijn te kort was.
De Raad oordeelt dat appellante inderdaad heeft geweigerd mee te werken en dat het college een zwaarwegend belang heeft bij onmiddellijke huisbezoeken. De stelling van psychische overmacht wordt verworpen omdat uit het dossier geen aanwijzingen daarvoor blijken en appellante geen bewijs aanvoert. Ook is de hersteltermijn van twee uur niet te kort, gelet op de omstandigheden en het feit dat appellante zelf plotseling vertrok.
De Raad bevestigt daarom de intrekking van de bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding omdat geen griffierecht is geheven.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.