ECLI:NL:CRVB:2023:1718
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening Ziektewetuitkering wegens burn-out
Verzoeker was sinds 7 oktober 2014 aangewezen voor een Ziektewetuitkering die op 22 april 2015 door het UWV werd beëindigd wegens arbeidsgeschiktheid. Diverse procedures volgden, waarbij de rechtbank Midden-Nederland en de Raad van 27 juni 2018 de beëindiging bevestigden.
Verzoeker vroeg in 2019 en opnieuw in 2021 herziening aan, stellende dat hij reeds rond april 2015 was gediagnosticeerd met burn-out, een medisch erkende aandoening, en dat het UWV de zwaarte van zijn functie verkeerd had ingeschat. Deze verzoeken werden eerder afgewezen omdat de aangevoerde feiten reeds bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn.
In het huidige verzoek betoogt verzoeker dat bewijsmateriaal kwijt is geraakt en dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor hoor en wederhoor niet heeft plaatsgevonden. De Raad oordeelt dat het verzoek neerkomt op een hernieuwde discussie over de zaak en dat niet is voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro.
Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier O.N. Haafkes, en uitgesproken op 6 september 2023.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 27 juni 2018 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.