ECLI:NL:CRVB:2023:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante werkte tot november 2013 als reisadviseur en ontving daarna diverse uitkeringen, waaronder een WGA-uitkering die in 2016 werd toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 100%.
Na een herbeoordeling in 2021 stelde een verzekeringsarts vast dat appellante niet meer voldeed aan het criterium 'geen benutbare mogelijkheden' en dat zij fysiek niet te zware werkzaamheden kon verrichten. Een arbeidsdeskundige berekende op basis van geselecteerde functies een arbeidsongeschiktheid van 0,00%. Het UWV beëindigde daarom de WGA-uitkering per 1 juni 2021.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch oordeel zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar leverde geen nieuwe medische informatie. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig en gemotiveerd hebben gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellante is terecht beëindigd per 1 juni 2021 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.