ECLI:NL:CRVB:2023:1741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering per 26 november 2019
Appellant, voormalig kok, heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat zijn arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% werd vastgesteld per 26 november 2019. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit besluit op basis van medische en arbeidskundige rapporten, waarin beperkingen werden vastgesteld maar onvoldoende voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch oordeel zorgvuldig was, waarbij onder meer astma, psychische klachten, onderrugklachten en diabetes werden meegenomen. De arbeidsdeskundige bevestigde een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 28%, waarbij functies werden geselecteerd die appellant nog kon verrichten.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Raad volgde dit niet, omdat het UWV zorgvuldig had gehandeld en geen nieuwe medische informatie was aangeleverd die twijfel zou kunnen zaaien over de eerdere beoordeling.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee de weigering van de WIA-uitkering ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigert de WIA-uitkering toe te kennen.