ECLI:NL:CRVB:2023:1746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening opvang wegens eigen kracht en huisvestingsprobleem
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellante in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en alleen een huisvestingsprobleem heeft, waarvoor de Wmo 2015 geen oplossing biedt.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat appellante het voordeel van de twijfel krijgt omtrent haar verblijfssituatie, maar dat uit haar eigen handelen blijkt dat zij zelf in staat is onderdak te vinden en te behouden. Haar problemen zijn onvoldoende concreet onderbouwd en worden vooral veroorzaakt door de schaarste op de woningmarkt.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij niet in staat is zelf onderdak te vinden en dat haar tijdelijke oplossingen dit niet weerspiegelen. De Raad heeft echter geoordeeld dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het oordeel van de rechtbank kunnen veranderen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en het college dat de aanvraag terecht is afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening opvang wordt bevestigd omdat appellante zich op eigen kracht kan handhaven.