Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 19 december 2011 een Wajong-uitkering en verzocht het Uwv om deze uitkering te mogen exporteren naar Turkije, waar hij zijn familie mist en betere integratiekansen op de arbeidsmarkt ziet. Het Uwv wees dit verzoek op 2 juli 2020 af wegens het ontbreken van zwaarwegende redenen, en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant op 21 februari 2022 ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij in Turkije psychische rust en veiligheid ervaart en betere kansen heeft op werk, wat bijdraagt aan zijn gezondheid en zelfstandigheid. Hij voerde aan dat het beëindigen van zijn uitkering bij verhuizing tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. De Raad beoordeelde de aangevoerde gronden en concludeerde dat deze vooral gebaseerd zijn op een eigen keuze en niet op objectieve, dwingende omstandigheden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de hardheidsclausule terecht niet is toegepast. De aanvullende stukken van appellant, waaronder recente beschikkingen en een uitspraak van de Klachtencommissie Wvggz, brachten geen nieuwe zwaarwegende redenen aan het licht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor export van de Wajong-uitkering naar Turkije bleef in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot export van de Wajong-uitkering naar Turkije wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende redenen.