ECLI:NL:CRVB:2023:1767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na eerstejaarsbeoordeling wegens verdiencapaciteit
Appellant, een onderhoudstimmerman, viel in 2015 uit wegens psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling in 2016 beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant meer dan 35% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Appellant verzocht later terug te komen op dit besluit met nieuw medisch bewijs over slaapapneu (OSAS), maar dit werd afgewezen omdat dit geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de diagnose OSAS geen nieuwe feiten oplevert die relevant zijn voor de beperkingen ten tijde van het oorspronkelijke besluit. Ook andere overgelegde stukken waren niet nieuw of relevant voor de beoordeling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onzorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de slaapapneu als nieuw feit moest worden gezien. De Centrale Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de diagnose OSAS niet aannemelijk maakt dat deze reeds bij het eerdere besluit aanwezig was.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht en zorgvuldig heeft gehandeld en dat het besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.