ECLI:NL:CRVB:2023:1786

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
22/1339 NOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:118 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling in proceskosten in bestuursrechtelijke zaak sociale zekerheid

In deze bestuursrechtelijke zaak op het gebied van sociale zekerheid heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 april 2022.

Op 23 februari 2023 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft vervolgens verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in hoger beroep. Appellant stemde hiermee in op 2 mei 2023.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:75 Awb Pro is appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 20 september 2023.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,- wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 september 2023
22/1339 NOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 april 2022, 21/1113 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (appellant)
[betrokkene] , gevestigd te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 23 februari 2023 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft [naam] verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft op 2 mei 2023 medegedeeld zich te kunnen verenigen met een veroordeling in de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:118, eerste lid, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een verweerschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2023.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2023.