ECLI:NL:CRVB:2023:1792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens mogelijkheid tot reserveren
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten en dubbele huurlasten na het vinden van een goedkopere huurwoning. Het college wees de aanvraag af omdat appellant deze kosten had kunnen reserveren, aangezien de verhuizing geruime tijd voorzienbaar was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn, maar dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend als de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet uit eigen inkomen of vermogen kunnen worden voldaan. Appellant stelde dat hij niet voldoende had kunnen reserveren, maar kon dit niet inzichtelijk maken. Het college stelde dat appellant, rekening houdend met een dwangsomuitkering en zijn vermogen, voldoende had kunnen reserveren.
Appellant voerde aan dat de regeling oneerlijk is omdat mensen die niet sparen geen bijstand krijgen, maar ook mensen die sparen niet, omdat zij zelf kunnen betalen. De Raad verwierp dit en benadrukte dat de kosten in beginsel uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand en bevestigde de eerdere uitspraak. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt bevestigd omdat appellant voldoende had kunnen reserveren.