ECLI:NL:CRVB:2023:1801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 35% van maatmaninkomen
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding met psychische klachten in september 2019. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 januari 2021 omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar functionele mogelijkheden onjuist waren vastgesteld en dat er ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen. Zij verzocht tevens om benoeming van een deskundige vanwege gebrek aan financiële middelen voor een eigen verzekeringsarts. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag van het besluit niet onjuist is en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische informatie adequaat heeft betrokken en gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante en dat er geen reden is om het verzekeringsgeneeskundig onderzoek te betwijfelen. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering in stand blijft en appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering van appellante.