Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:1832

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
22/1523 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awbparagraaf 6.5 ParticipatiewetBevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid hoger beroep Participatiewet en ongegrond verklaring verzet

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, welke onder paragraaf 6.5 van de Participatiewet valt. De Centrale Raad van Beroep heeft zich eerder onbevoegd verklaard om kennis te nemen van dit hoger beroep.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze onbevoegdheidsverklaring, stellende dat het college en de rechtbank Arnhem onjuist hebben gehandeld en dat het vastgestelde verhaalsbedrag onjuist is. De Raad heeft dit verzet onderzocht en geoordeeld dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de onbevoegdheidsverklaring kunnen weerleggen.

De Raad verwijst naar de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, waarin expliciet is uitgesloten dat hoger beroep kan worden ingesteld tegen besluiten op grond van paragraaf 6.5 van de Participatiewet. Daarom is de Raad niet bevoegd het hoger beroep te behandelen en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de Raad is onbevoegd het hoger beroep te behandelen.

Uitspraak

22 1523 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2018, C/10/543665/ FA RK 18-690 (bestreden beschikking)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Datum uitspraak: 22 september 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M. Ramanand
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 10 januari 2023 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door appellant ingestelde hoger beroep.
Appellante heeft verzet gedaan.
In het verzetschrift voert appellant aan dat naar zijn mening het college onjuist heeft gehandeld. Daarnaast is ook de handelwijze van de rechtbank Arnhem niet juist. Appellant is het niet eens met het vastgestelde verhaalsbedrag.
De Raad betreurt dat appellant zich op onjuiste wijze behandeld voelt. Allereerst is de vraag of de Raad bevoegd is het door appellant ingediende hoger beroep te behandelen. In de wet is vastgelegd waarover de Raad kan en mag oordelen. In de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die als bijlage 2 bij de Awb is gevoegd is paragraaf 6.5 van de Participatiewet uitgesloten van de mogelijkheid om (hoger) beroep in te stellen op grond van Awb. De beschikking waar appellant tegen opkomt valt onder deze paragraaf. Daarom is dit geen beschikking waarover de Raad bevoegd is te oordelen.
Dat betekent dat wat appellant in zijn hogerberoepschrift en verzetschrift uiteen heeft gezet niet tot een ander oordeel kan leiden.
De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de Raad zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Ramanand (getekend) J. C. Boeree