Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:1833

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
22/365 ANW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens ontbreken gronden en te laat griffierecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het griffierecht werd niet tijdig betaald en het hogerberoepschrift bevatte geen gronden. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op 19 augustus 2022. Appellante stelde hiertegen verzet in, maar ook in het verzetschrift ontbraken gronden.

De Centrale Raad van Beroep gaf appellante meerdere kansen om alsnog verzetsgronden in te dienen, met termijnen van acht en vier weken. Deze termijnen verstreken zonder dat gronden werden aangevoerd. De Raad concludeert dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim kunnen rechtvaardigen.

Daarom wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellante worden teruggestort. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 september 2023.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van gronden en te laat betaald griffierecht.

Uitspraak

22 365 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2021, 19/2124 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 22 september 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M. Ramanand
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 19 augustus 2022 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald en omdat het hogerberoepschrift geen gronden bevat.
Appellante heeft verzet gedaan.
In het verzetschrift worden geen gronden vermeld waarom appellante het niet eens zou zijn met de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2022. Op 9 november 2022 is appellante daarom uitgenodigd om de verzetsgronden in te dienen. Hierbij is een termijn van acht weken gesteld. Deze termijn is ongebruikt verstreken.
Bij brief van 10 januari 2023 is appellante nogmaals de gelegenheid geboden de verzetsgronden kenbaar te maken. Ook bij deze brief is een termijn gesteld, namelijk vier weken. Appellante heeft gereageerd maar daarbij geen gronden ingediend.
De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.
Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellante worden teruggestort.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Ramanand (getekend) J. C. Boeree