ECLI:NL:CRVB:2023:1926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op eerdere WIA-beslissing wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd, die door het Uwv op 9 maart 2017 werd afgewezen omdat hij de wachttijd van 104 weken niet had voltooid. In 2020 vroeg appellant om herbeoordeling en terugkomen op dit besluit, stellende dat hij ten onrechte in 2012 als hersteld was gemeld. Het Uwv wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische gegevens en verklaringen geen nieuwe feiten bevatten die niet reeds bekend waren in 2012. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij sinds 2012 een chronische infectie heeft en daarom ten onrechte als hersteld werd beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv terecht heeft geweigerd terug te komen op het eerdere besluit, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere oordeel zouden wijzigen. Het verzoek om benoeming van een deskundige werd eveneens afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het WIA-besluit van 9 maart 2017 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.