ECLI:NL:CRVB:2023:1944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen niet-ontvankelijkverklaring maatwerkvoorziening Wmo 2015 afgewezen
Appellante had een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag kende haar een maatwerkvoorziening toe voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 oktober 2021. Het ondersteuningsplan maakte onderdeel uit van het besluit en was door appellante voor gezien ondertekend.
Appellante diende haar bezwaar tegen dit besluit echter buiten de wettelijke termijn van zes weken in. Het college verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellante bekend was met de omvang van de maatwerkvoorziening en dat er geen wijziging was geweest die het bezwaar zou rechtvaardigen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar bracht geen nieuwe gronden aan. De Centrale Raad van Beroep zag daarom geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.