ECLI:NL:CRVB:2023:1946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding Wmo 2015
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 werd toegekend. Het bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante stelde in hoger beroep dat zij het niet eens was met dit oordeel, maar bracht geen nieuwe gronden aan.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante gedurende langere tijd geen actie had ondernomen zonder geldige reden en dat er geen aanleiding was om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding bevestigd.