Appellante heeft na een auto-ongeval cognitieve, psychische en lichamelijke klachten ontwikkeld en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was en er geen sprake was van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na 30 december 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek voldoende zorgvuldig was en geen medische objectivering van toegenomen beperkingen aantoonde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen ervaart dan het UWV heeft aangenomen en dat het eerdere besluit onzorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het eerdere besluit van 14 april 2015 niet ter discussie staat in deze procedure en dat het hoger beroep zich beperkt tot de vraag of er toegenomen beperkingen zijn binnen vijf jaar na 30 december 2014. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig is en dat de subjectieve klachten van appellante onvoldoende medisch objectief zijn om toegenomen beperkingen aan te nemen.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de aangevallen uitspraak. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.