ECLI:NL:CRVB:2023:1959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen en de IVA-uitkering te weigeren, omdat hij niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant wel volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is.
In hoger beroep handhaaft appellant zijn standpunt dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig is geweest en dat zijn beperkingen, mede op basis van medische informatie uit Turkije, onderschat zijn. Ook betwist hij de verwachting van verbetering van zijn psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellant volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam volgens de wettelijke definitie. De medische stukken uit Turkije zijn niet vertaald en dateren van vóór de datum in geschil, waardoor ze niet relevant zijn. De Raad onderschrijft de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en concludeert dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een WGA-uitkering bevestigd zonder IVA-uitkering.