ECLI:NL:CRVB:2023:1962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde koerierswerkzaamheden
Appellant ontving bijstand sinds 2016 en verrichtte vanaf maart 2020 koerierswerkzaamheden zonder dit te melden aan het college. Het college ontving een melding van de Inspectie SZW en startte een onderzoek, waarna de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 1 maart tot en met 30 september 2020.
De rechtbank vernietigde het besluit deels en stelde het recht op bijstand vast verminderd met een bedrag van €4.585,50, waarbij het college werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over terugvordering en brutering. Appellant stelde in hoger beroep dat hij de werkzaamheden wel had gemeld, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting niet was nagekomen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college blijft verplicht de te veel ontvangen bijstand terug te vorderen. Appellant kan tegen het nieuwe terugvorderingsbesluit bezwaar maken en beroep instellen. Proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en de herziening van de bijstand blijft in stand.