ECLI:NL:CRVB:2023:1974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op achttiende verjaardag en vijf jaar daarna
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) telkens heeft geoordeeld dat hij op zijn achttiende verjaardag en in de vijf jaar daarna arbeidsvermogen bezat. Ondanks medische informatie over een lichte verstandelijke beperking, PTSS en een psychotische stoornis, concludeerden verzekeringsartsen dat appellant in staat was om ten minste een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, mede omdat de medische situatie op het moment van zijn achttiende verjaardag moeilijk vast te stellen was door het tijdsverloop en het bewijsrisico bij appellant lag. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk duurzaam geen arbeidsvermogen had en verwees naar een medisch rapport dat schizofrenie sinds zijn vroege tienerjaren vaststelde, maar dit werd door de verzekeringsartsen gemotiveerd weerlegd vanwege gebrek aan objectiveerbare medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het Uwv in hun standpunt. De Raad vond het onderzoek van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Er was geen sprake van een laattijdige aanvraag die het bewijsrisico bij appellant zou verminderen. Ook werd geen aanleiding gezien om een deskundige te benoemen. De Raad concludeerde dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt en bevestigde de weigering van de Wajong-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant op zijn achttiende verjaardag en de vijf jaar daarna arbeidsvermogen had.