ECLI:NL:CRVB:2023:206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij indiening beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Deze bepaling is ook van toepassing op hoger beroep conform artikel 6:24 Awb Pro.
Het ingediende beroepschrift bevatte geen beroepsgronden. Appellante is bij brief van 3 november 2022 in de gelegenheid gesteld dit binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn laten verstrijken. Vervolgens is bij aangetekende brief van 5 december 2022 opnieuw een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 1 februari 2023 door D. Hardonk-Prins.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.