ECLI:NL:CRVB:2023:2065
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat het UWV op 30 maart 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante.
De Centrale Raad van Beroep heeft op verzoek van appellante het UWV veroordeeld in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep. De proceskostenvergoeding is vastgesteld op €2.511,-, bestaande uit kosten voor het indienen van het beroepschrift, het verschijnen ter zitting en het indienen van het hogerberoepschrift.
Daarnaast is het UWV verplicht gesteld het door appellante betaalde griffierecht van in totaal €182,- in zowel beroep als hoger beroep te vergoeden. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten conform artikel 8:57 Awb Pro, waarna de Raad het onderzoek heeft gesloten en de uitspraak heeft gedaan op 8 november 2023.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van €2.511,- aan proceskosten en €182,- aan griffierecht aan appellante.