ECLI:NL:CRVB:2023:2067
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar heeft dit beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV erkende dat appellante als professioneel rechtshulpverlener kan worden aangemerkt en stemde in met vergoeding van een forfaitair bedrag aan proceskosten.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling toegewezen. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op €837 per procedure, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan de kostenveroordeling mogelijk is, waarbij de Raad het forfaitaire bedrag en griffierecht toekent. De beslissing werd op 8 november 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €1.674 aan proceskosten en €548 aan griffierecht aan appellante.