ECLI:NL:CRVB:2023:2069
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het UWV nam op 9 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierop trok appellante op 12 juni 2023 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend en dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht werd overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken, begroot op €3.348,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €182,-. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor op 8 november 2023.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.348,- en griffierecht van €182,- aan appellante.