ECLI:NL:CRVB:2023:2081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en geschiktheid geduide functies
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens klachten aan haar been. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen. De arbeidsdeskundige stelde dat appellante niet geschikt is voor haar laatst verrichte werk, maar wel voor andere functies met een opleidingsniveau 4, waarvoor computervaardigheden vereist zijn.
De rechtbank oordeelde dat appellante voldoet aan het vereiste opleidingsniveau en dat zij de benodigde computervaardigheden binnen redelijke termijn kan aanleren. Appellante voerde aan dat haar vaardigheden en opleidingsniveau zijn overschat en dat zij de functies niet kan vervullen. De Raad concludeert dat de rechtbank de argumenten van appellante terecht heeft verworpen en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom de functies passend zijn.
De Raad benadrukt dat het ontbreken van ervaring met computers geen belemmering vormt, mede omdat appellante meerdere computercursussen heeft gevolgd en geen medische belemmeringen heeft om vaardigheden aan te leren. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor de geduide functies.