ECLI:NL:CRVB:2023:2110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening nabestaandenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet
Appellante heeft verzocht om herziening van het besluit van 21 oktober 2005 waarbij haar een nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht van één jaar is toegekend. Dit verzoek werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) afgewezen, waarna ook de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en bevestigd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist was en dat de medische stukken die appellante in hoger beroep heeft ingediend, niet tot een ander oordeel leiden. Appellante had ondanks haar medische toestand de mogelijkheid om informatie in te winnen en is afgegaan op onjuiste informatie van een derde, wat voor haar risico komt. Er is geen sprake van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de Algemene Nabestaandenwet.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos op 10 november 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van 21 oktober 2005 blijft ongewijzigd.