ECLI:NL:CRVB:2023:2120
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen besluiten van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV op 8 maart 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam waarin het geheel aan appellante tegemoetkwam. Hierdoor kon appellante verzoeken om proceskostenvergoeding.
De Raad heeft op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75a en 8:108) geoordeeld dat het UWV moet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante in beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten zijn begroot op € 2.511,-, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep.
Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van € 178,- vergoeden. Voor twee andere beroepszaken was reeds bepaald dat het griffierecht door het UWV werd vergoed of niet geheven. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling omdat partijen geen gebruik maakten van het recht op een zitting.
De Centrale Raad van Beroep heeft hiermee het verzoek van appellante toegewezen en het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht, waarmee de procedure is afgerond.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.511,- en griffierecht van € 178,- aan appellante.