Appellanten hebben meerdere aanvragen om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht buiten behandeling zijn gesteld wegens het niet verstrekken van bewijsstukken over executoriale verkopen van percelen in Turkije uit 2015 en 2016.
De Raad oordeelt dat deze gegevens niet relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand in 2021, omdat de percelen al executoriaal zijn verkocht en er geen aanwijzingen zijn dat er nog vermogen uit deze verkopen resteert. De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigt deze uitspraken en verklaart de beroepen gegrond.
Het college wordt opgedragen binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen, waarbij de aanvragen inhoudelijk moeten worden beoordeeld. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten. De Raad bepaalt dat tegen de nieuwe besluiten alleen beroep bij de Raad mogelijk is.